Scintigrafie


     

Komende Events

Scintigrafie

Bij nucleaire diagnostiek of scintigrafie wordt er radioactief materiaal in het dier gespoten en wordt er met een scanner gezocht naar plaatsen waar dit materiaal zich overdreven sterk ophoopt. Dat zijn vaak de plekken waar een ontsteking of een beschadiging aanwezig is. Scintigrafie is vooral handig voor plaatsen waar moeilijk foto’s of echo’s gemaakt kunnen worden of waar het niet lukt om de pijn te lokaliseren.

Lingehoeve Diergeneeskunde is de eerste en enige kliniek in Nederland waar scintigrafie bij dieren wordt toegepast. Deze techniek biedt zeer veel mogelijkheden en voordelen voor het stellen van onder andere een orthopedische diagnose bij dieren. De afdeling Gezelschapsdieren van Lingehoeve Diergeneeskunde gebruikt scintigrafie voor twee belangrijke onderzoeken.    

Schildklierscintigrafie bij kat en hond
Bij katten van tien jaar en ouder komt een aandoening voor die bekend staat onder de naam hyperthyreoïdie. Hyperthyreoïdie is een te hoge productie van schildklierhormoon. Er wordt een overmaat aan schildklierhormoon geproduceerd waardoor de stofwisseling van de kat aangezet wordt en een aantal organen, zoals hart en nieren, zwaarder belast worden. Voor een behandeling van hyperthyreoïdie is het belangrijk te weten of een schildklier echt te hard werkt en waar dat weefsel zich bevindt. Door het inspuiten van een radioactieve stof wordt zichtbaar gemaakt waar het actieve weefsel zit.
Bij honden echter komt een te hard werkende schildklier niet zo vaak voor. Wel wordt een hond regelmatig verdacht van een schildklier die te langzaam werkt. De schildkliercellen werken minder dan ze normaal behoren te doen. Ook deze diagnose is te stellen met scintigrafie. Het schildklierweefsel zal dan juist minder goed te zien zijn.

Botscintigrafie bij de hond
Scintigrafie kan zeer minimale botveranderingen waarnemen die de oorzaak kunnen zijn van kreupelheid bij de hond. Met scintigrafie kan een botverandering van 2% worden gezien, terwijl een röntgenopname slechts botveranderingen van groter dan 40% weergeeft. Het ingespoten stofje zal zich daar ophopen waar een ontsteking of een beschadiging aanwezig is. Als de oorzaak buiten het bot ligt dan zal er scintigrafisch een normaal beeld te zien zijn. Er zal dan worden onderzocht of de hond een afwijking heeft aan de weke delen (weefsels die zich onder de huid, rondom de organen en botten, of in de ruimtes daartussen bevinden). Bij een zogenaamde weke delen scan wordt de hond reeds na vijf minuten gescand. Van de weken delen kunnen echter slechts enkele opnamen worden gemaakt omdat het radioactieve stofje snel uit de weke delen verdwijnt.

Ronald Bosch

lijn

Advertenties